Artikel in Fonk: Vrijheid in Architectuur

2015-06-19 14:41:43

Vrijheid in Architectuur

Francisco Navarro is eigenaar van het in Zwolle gevestigde NAVARRO Architectuur & Design. Zijn opdrachten zijn allround, maar met name ziet hij uitdaging in bijzondere opgaven zoals herbestemmen van bestaande gebouwen, religieuze gebouwen en waterwoningen. Naast de architectenwerkzaamheden adviseert hij opdrachtgevers in planontwikkeling dmv analyses en haalbaarheidsstudies. Francisco ontwerpt met passie voor het vak en brengt een gevoel over op papier. Wat ziet Navarro als het meest sterke punt van de moderne architectuur in Nederland? ‘Ik denk dat architecten in Nederland elke opgave voor een nieuw gebouw telkens weer als een studie op zich zien. Nederland is bij uitstek het land van experiment, innovatie en vernieuwing, en dat uit zich in de architectuur’, vertelt Navarro. ‘De moderne architectuur is een afspiegeling onze huidige maatschappij en die laat zich niet een bepaalde stijl of materiaal opleggen. We grijpen de kans om de nieuwste bouwtechnieken toe passen, nieuwe gevels te ontwikkelen en ga zo maar door.’

Hier dreigt volgens de architect ook meteen een gevaar door de overvloed aan informatie van vernieuwingen in de bouw. ‘We focussen ons te weinig op “het gebouw als product”, en de ontwikkeling hiervan. Voor elk gebouw vinden we voortdurend opnieuw het wiel uit met torenhoge faalkosten als gevolg. Dit betekent overigens niet dat je steeds dezelfde gebouwen moet maken. Neem het menselijke lichaam, deze is in de basis gelijk, en toch ziet iedereen er anders uit. De overheid zou hier ook een rol in kunnen spelen door bijvoorbeeld centra op te zetten voor het uitwisselen van kennis, waarbij het aanbrengen van kennis (bijvoorbeeld over duurzaam bouwen) beloond wordt, noem het een kennisversneller.’ Maar beter is natuurlijk dat architecten en andere bouwpartners zich organiseren om onderling kennis te uit te wisselen, dit vraagt om een kwetsbare opstelling.

De regelgeving is volgens Navarro het zwakke punt wanneer er wordt gekeken naar architectuur in ons land. ‘Alles wordt dichtgemetseld met regels. Hiermee doel ik op het bouwbesluit, maar ook op bestemmingsplannen en beeldkwaliteitplannen. Te vaak zie ik dat nieuwbouwplannen worden dichtgeschreven over hoe een gebouw eruit moet gaan zien. Bijvoorbeeld de goothoogte van een woning en bouwhoogte van het bijgebouw en vaak zo dat er geen fatsoenlijk ontwerp meer mee te maken is’, aldus Navarro. ‘Een ander bezwaar vind ik het in deze tijd voorschrijven van een bouwstijl uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Dat frustreert het natuurlijke proces van onze opvatting over architectuur in deze tijd. Niet doen!’

Liever ziet de architect meer welstandvrije gebieden zodat de mensen de vrijheid krijgen over de verschijningsvorm. Navarro: ‘Je zult dan ook de traditionele type woningen tegen komen, maar dat zegt dan iets over wat wij mooi vinden. Maar leg niet op dat we zó moeten bouwen. Laat het lekker vrij, dat geeft ons een goed beeld van hoe we ervoor staan in de Nederlandse architectuur. En met een bestemmingsplan kun je dan best de grote kaders voor een wijk omschrijven.’

Wat is volgens Navarro de meest interessante stad in Nederland op het vlak van architectuur? ‘Een voor de hand liggend antwoord is natuurlijk Rotterdam’, begint de architect. Maar veel noordelijker in Nederland ligt ook een stad met een architectuurklimaat van hoog niveau: Groningen. Er wordt nog wel eens opgemerkt dat Groningen een beetje de debatcultuur mist die in andere architectuursteden wel aanwezig is, maar dat vind ik onterecht. Het architectuurklimaat van Groningen behoort tot de top van Nederland en er worden door de stad veel initiatieven ontplooid zoals ‘Intense Laagbouw’ en de manifestatie ‘Bouw Jong’. Een stad met gerenommeerde bureaus, maar vooral jonge bureaus die vernieuwend bezig zijn. Misschien dat de stad nog teveel op een eilandje zit, maar ik verwacht dat we nog veel van Groningen gaan horen. Nu is de tijd om buiten de bestaande kaders te treden.’

Op het internationale vlak schieten twee steden bij Navarro te binnen wanneer het gaat om interessante architectuur. ‘Dan denk ik aan Brasilia in Brazilië en Córdoba in Spanje. Twee totaal verschillende steden maar beide kampen ze met een opgave voor de toekomst’, vertelt Navarro. ‘Brasilia is zo bijzonder omdat de president van destijds, Juscelino Kubitschek, het als nieuwe hoofdstad liet bouwen. Deze stad is zo groot opgezet dat het de menselijke schaal te boven gaat en het moeilijk is om de stad als geheel leefbaar en bruikbaar te maken voor haar inwoners. Córdoba kampt met een heel andere opgave. Hoe beschermen we het eeuwenoude erfgoed tegen de opkomende 'Nieuwe Massa' die de stad als trekpleister ziet en de straatjes jaar in jaar uit platloopt? Laat staan hoe nieuw te bouwen in de historische binnenstad. Nieuwe plannen stuitten op oude rudimenten uit de Romeinse tijd. Toyo Ito heeft zich geruime tijd gebogen over hoe het transformeren van de binnenstad om de massa beter te begeleiden. Wat verder buiten de stad is een congresgebouw door OMA gerealiseerd en een nieuw gerechtsgebouw van Mecanoo.’

Wanneer we Navarro vragen om zijn eigen stijl van ontwerpen is de architect direct duidelijk. Zijn stijl is het feit dat hij geen specifieke stijl ontwerpt. ‘Mijn stijl van werken is om voor elke opgave te zoeken naar de beste oplossing voor een bepaald gebouw op een bepaalde locatie. Een gebouw komt tot stand vanuit een aantal ingrediënten die bij elkaar komen door het bestuderen van de opgave, waaronder de verschijningsvorm van het gebouw’, legt de architect uit. ‘Uit het primaire ontwerpconcept volgt het DNA voor de hoofdstructuur en gevels. Je kunt niet van tevoren bepalen welke vormstijl je gaat toepassen, dit komt voort uit de 'locus' van het gebouw, functie en gebruik.’

Navarro heeft veel tijd gestoken in studie naar energiezuinig bouwen en de consequenties daarvan voor het ontwerp van de gevels. ‘Onlangs heb ik voor een opdrachtgever, met behulp van een innovatievoucher, onderzoek gedaan naar de succesfactoren van waterwonen boven landwonen. Hiervoor zijn vier concepten bedacht voor vier situaties. Verder heb ik met beleidsmensen van de gemeente meegedacht over hoe we welstandbeleid kunnen beperken. Verder veel studeren op businessmodellen en verdienmodellen voor een architectenbureau, maar ook breder voor de ketensamenwerking in de bouw als geheel. En natuurlijk ontwerpen vervaardigen en realiseren. Een bijzonder bouwwerkje dat dit jaar is opgeleverd, is de nieuwbouw van de Mariakapel in Geerdijk. Hier ging eerst nog een studie aan vooraf over de positie van religieuze architectuur in deze tijd.’

Zware aanbestedingseisen, werken op no-cure-no-pay basis en je rekeningen niet betaald krijgen zijn een aantal zaken waar jonge architecten mee te kampen hebben. De BNA ziet ook de problemen waar architecten tegenaan lopen en maakt zich hier hard voor. Maar de architect ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. Toch is er wel iets waar Navarro en zijn vakgenoten op moeten letten. ‘We moeten als architecten anders gaan kijken naar onze opgaven. We zullen breder moeten adviseren binnen ons vak. Hiermee bedoel ik niet dat we het hele bouwproces moeten beheersen, maar wel de facetten die bepalend zijn voor de totstandkoming van een ontwerp. Denk alleen al aan energiezuinige gebouwen, dit hebben wij als architecten in de ontwerpfase zelf in de hand. Met de ambities die de overheid heeft uitgesproken, dienen we als architecten te begrijpen hoe we een energiezuinig en duurzaam gebouw maken. Ik zie hier ook een taak voor architecten weggelegd om de overheid te adviseren bij het ontwerpen van stedenbouwkundige plannen. De oriëntatie en gebouwvorm hebben grote invloed op de energieprestatie.’

Navarro: ‘Als we als architecten blijven meedenken over de opgaven waar we voor staan en in staat zijn ze op te lossen voor onze opdrachtgevers dan is er een hoop werk te verrichten. Ik verwacht dat de traditionele manier van werken volgens een rechtlijnige structuur, een opeenvolging van fasen conform DNR, niet de toekomst heeft. Maar dat de sleutel in intensieve ketensamenwerking ligt, hier hoort ook een ander manier van werken bij. Definieer samen met je opdrachtgever en derden je einddoel en hoe je daar naartoe werkt en pas hier je verdienmodel op aan. Alles draait in de samenwerking over het stroomlijnen van processen en duidelijke communicatie over het te realiseren gebouw, zorg dat je daarvoor een middel inschakelt dat het beste bij je manier van werken past. De één gaat voor BIM (Building Information Model) en een ander gebruikt gewoon papier.’

 

Twitter Google Digg Reddit LinkedIn